14-03-17

Schrijfles op Melanchthon Schiebroek

Nieuwe stadsverhalen van Rotterdamse scholieren

Pim Storm van het Melanchthon Schiebroek schreef dit verhaal onder leiding van Daphne Huisden bij de foto van Stacii Samidin. Stacii Samidin won met deze foto De Kracht van Rotterdam 2016. Het Melanchthon Schiebroek is een van de scholen die mee heeft gedaan aan het schrijfproject Verhalen bij beelden uit de stad. Pim heeft dit verhaal ook voorgelezen op de Dag van de Literatuur.

Meisje

‘Meisje, je bent nog maar elf jaar. Als je niet lekker in je vel zit, kan het fijn zijn om daarover met mij te praten. Ik wil niet dat je het gevoel hebt dat je bij niemand terecht kunt.’

Die stomme juf. Waar bemoeit zij zich mee? Ze noemt me niet eens bij mijn naam.

Het is pauze en ik hoor de andere kinderen buiten al spelen. Ik wil hier nu niet zijn. Ik heb helemaal geen zin in iemand die medelijden met mij heeft. Ik dacht altijd dat het leek alsof ik alles onder controle had, maar de laatste tijd vraagt de juf wel vaker hoe het met me gaat. Zou het ermee te maken hebben dat mijn cijfers steeds slechter worden en dat ik minder goed meedoe in de les? Eerst werd ze altijd boos als ik niet goed oplette, maar nu is ze dat niet meer.

Moet ik nu echt vertellen dat ik bijna nooit tijd heb om te doen wat ik zelf wil, omdat ik mama moet helpen met het verzorgen van mijn broertjes en zusjes? Dat papa geen werk meer heeft? Dat mijn grote broer elke maand weleens met de politie mee moet, omdat hij ‘foute vrienden’ heeft, zoals papa mij heeft verteld?

Ik zeg dat ik me niet lekker voel. Ik hoop dat ik dan naar huis mag. Als ik namelijk eerder thuis ben, heb ik eindelijk even rust. Alleen mijn kleine zusje van twee en papa zijn dan thuis. Dan kan ik lekker in mijn stripboek lezen. Af en toe koop ik er een. Ik vind vooral de verhaaltjes met Mickey Mouse leuk, omdat hij de slechteriken altijd weet te pakken. Ik hoop dat die ‘foute vrienden’ ooit ook gepakt zullen worden. Mijn broer was altijd heel lief, maar nu hij met die vrienden omgaat, is hij anders. Vaak hoor ik hem buiten schreeuwen. Ik wil niet dat hij zo is. Meestal kijk ik dan naar die foto van ons bij de voordeur. Ik sta rechtsonder en een stukje hoger op de trap zit hij tussen onze broertjes en zusjes. Daar is hij gewoon zichzelf: een lieve jongen met zijn broertje op schoot. Van die foto word ik altijd weer even blij.

Helaas gelooft de juf me niet. ‘Ik zie dat er iets aan de hand is,’ zegt ze. ‘Je hoeft je nergens voor te schamen.’

‘Ik ben gewoon een beetje moe.’

‘Waardoor komt dat dan? Gaat thuis alles nog goed?’

Misschien is het wel goed om eerlijk te zijn. Van mama mag ik ook niet liegen. Ik haal diep adem – en dan vertel ik haar alles. Dat ik zoveel klusjes moet doen – maar vooral dat ik mijn broer mis zoals hij was.

Daar rolt hij dan, die traan. De juf omhelst me. Even voel ik opluchting, ook al weet ik dat deze maar tijdelijk is. Even valt de last van mijn schouders. Even vergeet ik alles wat ik straks moet doen als ik thuis kom.

Even is alles zoals het moet zijn.