14-03-17

Schrijfles op Hugo de Groot

Nieuwe stadsverhalen van Rotterdamse scholieren

Mohamed Lamtalssi van OSG Hugo de Groot schreef dit verhaal onder leiding van Sanneke van Hassel bij de foto van Anjès Gesink. Anjès maakte deze foto voor De Kracht van Rotterdam 2014. OSG Hugo de Groot is een van de scholen die mee heeft gedaan aan het schrijfproject Verhalen bij beelden uit de stad. Mohamed heeft zijn verhaal voorgelezen op de Dag van de Literatuur.

Negen stappen

Terwijl ik door het bos loop, hoor ik het gekraak van takken. Het is herfst en koud. Na een paar minuten klinkt er geritsel vanachter een boom, die zo’n negen stappen links van me staat. Ik zet drie stappen en denk: Wat als er nu een gewapende man tevoorschijn komt? En gaat schreeuwen dat ik alles van waarde aan hem moet geven? Terwijl hij zijn wapen op me richt, sta ik van angst stil en durf niet bewegen. Tot hij me neerknalt en wegrent. En dan lig ik daar dood te bloeden op de grond. Of wat als hij me niet neerschiet, maar gewoon wegloopt. En dan ga ik naar huis en vertel het mijn moeder die zich zorgen maakt of alles oké met me is. En dan hoort mijn vader het en die wordt kwaad dat ik zo over me heen heb laten lopen. En dan zeurt hij dat ik al 28 ben en nog steeds thuis woon. En dan loopt de ruzie uit de hand en roep ik dat ik misschien niet zo zou zijn als hij niet de helft van mijn jeugd achter slot en grendel had gezeten. En dan begint mijn moeder te huilen en… laat maar. Ik zet nog drie stappen. En denk: wat als ik achter die boom kijk en gewoon een konijn zie en het konijn wegrent en ik verder loop en mijn leven hetzelfde blijft. Ik ga weer naar huis en sta morgenochtend op om naar mijn saaie werk te gaan. Maar wat als ik naar de boom loop en geen konijn zie. Maar een vogel die ergens aan pikt. Als ik om de boom loop, zie ik dat hij aan een lichaam pikt! Een dood lichaam dat erg stinkt. Ik zie dat het al begint te rotten en ik draai me om en kots. Wat moet ik doen!? Ik bel de politie en ik leid ze naar het lichaam. Na de ondervraging ga ik naar huis. Maar het lichaam herinnert me eraan dat ik ook ooit doodga en niks heb bereikt in mijn leven. Ik ben geen beroemde regisseur en heb geen eigen huis of auto. Ik besluit mijn leven te veranderen. Ik doe nog drie stappen, de laatste stappen voordat ik kan zien wat er achter de boom is. Als ik kijk, zit daar een man met kapotte kleren, ongekamd haar en twee verschillende schoenen. Ik ga naast hem zitten en hij begint te vertellen over hoe hij alles is kwijtgeraakt. Na de dood van zijn vrouw en kinderen heeft hij in een vlaag van woede zijn huis in de fik gestoken. Sindsdien leeft hij op straat. Met smekende ogen vraagt hij of ik hem wil vermoorden. Al meerdere keren heeft hij zelfmoord geprobeerd te plegen. Ik wil ‘nee’ zeggen, maar hij geeft me geld. Hij wijst naar een boom iets verderop. Aan een van de takken hangt een strop met een kruk eronder. Hij gaat op de kruk staan en na grote twijfel trap ik die onder hem vandaan. Even later loop ik met een koffer vol geld en een groot schuldgevoel naar huis. Wat als ik nee zou hebben gezegd… Ik kijk weer naar de boom negen stappen links van me en besluit niet die kant op te gaan. Als ik terugloop naar huis kraakt er een tak achter een struik. Ik vraag me af wat erachter is…