28-07-16

Curatoren 2016

Column van Mark Hoogstad

Mark Hoogstad, politiek verslaggever AD Rotterdams Dagblad, is dit jaar met Nicole Robbers de curator. Zij maken de selectie van de 12 professionals en de 12 amateurs. Mark kent de stad als geen ander, hij weet waar het beeld van de stad meer nuance verdient. Nicole Robbers, beeldredacteur van NRC, NRCnext en 360 Magazine vat met Mark deze gedachten en verhalen samen in beelden door de meest verrassende, spannende, veelbelovende professionele en amateurfotografen voor deze lustrumeditie van De Kracht van Rotterdam te selecteren. Dit is hun leidraad:

DE KRACHT VAN ROTTERDAM

Een verzameling dorpen en woongemeenschappen die in de loop der geschiedenis uiteindelijk samenklonterde tot één organisch geheel. Een stad die zich, aangemoedigd door opbeurende toeristische sponsor- en marketinglijstjes van de laatste jaren, maar wat graag mag profileren als een ‘wereldstad’.

Maar dringt die grote boze wereld plotseling bij ‘ons’ binnen, bijvoorbeeld in de vorm van een stel vermeende terroristen in het ‘Wilde Westen’, dan trappen ‘we’ met z’n allen pontificaal op de rem. Ho ho, dat gaat zomaar niet! ‘We’ zijn dan weliswaar groot, ‘we’ houden het hier graag klein en gezellig. Nooit is de dorpspomp ver weg.

Rotterdam, stad aan de monding van de Nieuwe Maas: eeuwig schipperen tussen groot en klein. Een stad met een af en toe zorgwekkend groot Calimero-complex.

Wie ook maar een heel klein beetje buiten de landsgrenzen heeft gesnuffeld, weet dat Rotterdam allesbehalve ‘een wereldstad’ is. ‘010’ is een uit de kluiten gewassen provinciehoofdstad die, door toedoen vooral van wat eens de grootste haven ter wereld was, echter een cruciale schakel vormt binnen het stedelijke netwerk genaamd Europa. Dat verschaft macht en allure. Al zetelt de ware macht vandaag de dag in Londen, Frankfurt en Shanghai.

Een stad ook met een voor Nederlandse begrippen a-typische geschiedenis. Platgebombardeerd in de Tweede Wereldoorlog, als een feniks uit de as herrezen, gemodelleerd naar Amerikaans voorbeeld. Een autostad met een ongekende bouwdrift, die vele architectonische hoogstandjes telt. Een stad die vrijwel iedereen inmiddels kent, met dank aan Rough Guides en Lonely Planet.

Achter de façade van al die oogverblindende hoogbouw en dito lijstjes gaat ook veel ellende schuil. Behalve een multiculturele smeltkroes (174 nationaliteiten, 51 procent migranten) is Rotterdam ook een stad, waar de armoede welig tiert. Al sinds mensenheugenis. Dat is weliswaar niets vergeleken met een vluchtelingenkamp in pakweg Zuid-Soedan, maar toch: ook hier bestaat het uitzichtloze bestaan. Weinig of geen scholing, een schamel inkomen, amper warmte en liefde.

Ook dat is Rotterdam: kampioen in het reproduceren van de eigen achterstanden, en dus ook kampioen in het bedenken en ontwikkelen van ‘bestrijdingsmiddelen’. Alles voor een beter bestaan. Een stad die daardoor permanent met zichzelf in gevecht is.

De Rotterdamse maakbaarheidsgedachte is weliswaar minder manifest dan voorheen, maar onderhuids nog altijd prominent aanwezig. Sterker: ze is verankerd in het DNA van deze stad. Stadsmariniers, meldpunten, taskforces, vliegende hulpbrigades – Rotterdam heeft het allemaal. In overvloed zelfs.

Mijn Rotterdam is een bonte lappendeken aan kleuren en invloeden, die elke dag van kleur verschiet. Daarin schuilt haar kracht en haar charme. De ene dag vind ik haar adembenemend mooi, de andere dag walg ik van haar afzichtelijke lelijkheid.

Ik wandel, ik fiets of ik sta/zit in het openbaar vervoer als ik Rotterdam omarm. Het ontbreekt mij echter aan moed. Als vaste gebruiker van Central Post, het karakteristieke wederopbouwpand pal naast Rotterdam CS, kom ik regelmatig mijn helden tegen: de glazenwassers. Met gevaar voor eigen leven bungelen zij elke dag opnieuw in ogenschijnlijk uiterst gammele bakkies langs al die metershoge gevels en architectonische erecties. Zij zien een Rotterdam dat ik niet ken, simpelweg omdat zij op plekken komen waar ik niet durf te komen. Zij zien zowel de hardware als de software van de stad: stenen en mensen, in wisselende vormen en samenstellingen. Het moet een fascinerend vak zijn: glazenwasser te Rotterdam.

Het is een open deur, maar daarom niet minder waar: Rotterdam is een stad met vele gezichten en evenzovele verhalen. Een paradijs voor nieuwsgierige lieden die graag verder kijken dan hun neus lang is, een walhalla voor journalisten en fotografen. Maar je moet het wel willen – en vooral ook durven – zien. Pas dan begrijp je het.

Misschien.

Mark Hoogstad, Politiek verslaggever AD Rotterdams Dagblad