26-04-16

Schrijfles op het Thorbecke #2

NIEUWE STADSVERHALEN VAN ROTTERDAMSE SCHOLIEREN

Jelle Knibbe van Het Thorbecke schreef dit herkenbare verhaal bij de foto van Sarka Vancurova van Hoek van Holland / Haven die zij maakte voor De Kracht van Rotterdam 2015. Het Thorbecke is één van de scholen die mee heeft gedaan aan het schrijfproject Verhalen bij beelden uit de stad. Jelle kreeg de schrijfles van Said El Haji.

Portret van een oude man

Wat zijn die muffins toch lekker, dacht de oude man. Die moest hij vaker halen. Misschien vanmiddag nog. Ja, dat ging hij doen, hij ging naar de bakker om weer een paar muffins te halen. Hopelijk was die ene dame achter de balie, die altijd zijn naam onthield, er ook weer. Zou ze dat ook bij andere klanten doen, hun namen onthouden? Dat zou haast onmogelijk zijn, bijna iedereen uit de flat kwam er wel eens langs. En het was een grote flat. Vijftien verdiepingen, 25 appartementen op een rij, hoeveel huizen had je dan ook alweer? Dat wist de oude man niet meer zo goed. Toen hij nog de administratie voor een havenbedrijf deed, kon hij dat wel, een beetje hoofdrekenen, maar dat was al meer dan vijftien jaar geleden. Nu moest hij zelfs voor de boodschappen een zakrekenmachientje tevoorschijn halen. Gelukkig was de huur van zijn appartement niet zo hoog, dus hij hoefde niet op de kleintjes te letten. Goed, terug naar de muffins. Was het zaakje eigenlijk wel open op dit moment? Natuurlijk, het was woensdag. Of was het nou dinsdag? Of donderdag? De oude man wist het soms niet zo goed meer. De laatste jaren zat hij vooral thuis, een beetje uit het raam te staren. Zijn vrouw was vlak na zijn pensioen overleden. Elke dag dacht hij nog aan haar. Ze leek wel een beetje op de dame van de bakker. Hij begon zijn schoenen aan te trekken. Veters strikken lukte hem nog wel. Zijn sleutels hing hij altijd aan hetzelfde haakje, zodat hij nooit hoefde te zoeken. Hij liep de deur uit. Oeps, dat was de balkondeur, bedacht hij zich meteen daarna. Enigszins beschaamd liep hij zijn huis weer door, naar de andere deur. Hij keek uit over de parkeerplaats. Nog altijd vond hij het te hoog, zo op de derde verdieping. Hij begreep niet hoe de mensen bovenin het volhielden. Er brandde licht bij het kleine winkelcentrum aan de andere kant van de parkeerplaats. Mooi zo, dacht hij, ze zijn dus open. Hij liep naar het trappenhuis, besloot om voor de verandering eens niet de lift te nemen, en stak de parkeerplaats over. De bakker was inderdaad open, maar er hing een droevige sfeer. De dame, die altijd zijn naam onthield, was onverwachts overleden. De oude man besloot maar om toch geen muffins te kopen. Het was niet hetzelfde zonder haar. Plotseling viel hem de lucht van frituurvet en mosterd op. Blijkbaar was op de plek waar eerst dat postkantoor zat, een snackbar geopend. Wanneer had de oude man voor het laatst eens van een ouderwetse zak patat genoten? Hij besloot naar binnen te gaan en bestelde wat hij vroeger ook altijd bestelde. Een patatje met en een broodje kroket. Dat rijmde, daarom bestelde hij het altijd. Het smaakte precies zoals hij het zich herinnerde.
‘Smaakt ‘t?’ vroeg de man achter de kassa met een vet Rotterdams accent. Ja, het smaakte zeker. De man bedacht zich, dat zijn kinderen volgende week langs zouden komen. De oude man kreeg niet zo vaak bezoek. Zowel zijn zoon als dochter waren jaren geleden geëmigreerd, dus ze konden maar een paar keer per jaar naar Nederland komen. Misschien zouden ze samen naar deze snackbar kunnen.