24-04-16

Schrijfles op het Libanon #2

Nieuwe stadsverhalen van Rotterdamse scholieren

Kyra Enting van Het Libanon schreef dit angstaanjagende verhaal bij de foto van Martha Kamminga van Delfshaven die zij maakte voor De Kracht van Rotterdam 2015. Het Libanon is één van de scholen die mee heeft gedaan aan het schrijfproject Verhalen bij beelden uit de stad. Kyra kreeg de schrijfles van Daphne Huisden.

De verlaten spa

‘Vertel me nog eens waarom ik hier ben.’ Ik sla een deken om me heen. Het was Eva’s idee om badjassen aan te doen, om het hele verlaten spa idee nog echter te maken. Ze schuift naar me toe.
‘Omdat je van me houdt en wilt dat ik een geweldig boek kan schrijven zodat ik een appartement voor ons kan huren, eindelijk.’
Ze schuift het haar uit m’n nek en kust me op m’n wang. ‘Zie het niet als mij een dienst bewijzen, maar meer als,’ ze pauzeert en kijkt om zich heen, ‘het kampeeruitje waar we nooit aan toe zijn gekomen.’
Ik kijk haar lachend aan. ‘Ik háát kamperen.’
Ze lacht ook en pakt m’n hand.
Ik kijk om me heen. Het is al donker. De hemel is bezaaid met sterren. Ik vraag me hardop af waarom we buiten zitten, en niet in een tent of zoiets.
‘Er kan hier toch niemand komen, er staan muren omheen. En het is in the middle of nowhere.’ Ze neemt een hap van haar koekje. Ik pak m’n telefoon. Geen bereik. Ik voel ogen prikken in mijn rug. Ik doe mijn telefoon heel langzaam in mijn zak en kijk achter me. Niks. Alleen een muurtje met een doornstruik ervoor.
‘Eef, het voelt alsof er iemand is,’ fluister ik.
Eva kijkt op en pakt haar zaklamp. Ze klikt hem aan en schijnt er mee van onder op haar gezicht, waardoor er zwarte schaduwen op verschijnen. Geloof het of niet, ze ziet er nog steeds knap uit.
‘Dat klopt,’ zegt ze in een raspige stem, ‘het is de geest van de verlaten spa.’
Ik geef haar een duw tegen d’r schouder. Ze giechelt en klikt de zaklamp uit. Het is weer donker. Ik hoor een takje breken achter me.
‘Shit, Eef, er is echt iemand, hoor. Ik zweer het.’
Ze kijkt naar me en klikt de zaklamp weer aan. Ze staat op. Het dode gras kraakt onder haar Nike’s. Haar gezicht is kalm. Ze steekt haar hand uit. Ik kijk haar vragend aan.
‘Kom Lex, we gaan kijken wie die persoon is waar jij het over hebt.’ Ze zegt het alsof ik gek ben. Ik pak haar hand en sta op.
‘Dus, waar hoorde je het zogenaamde geluid?’
Ik kijk haar gekwetst aan en wijs naar het muurtje met de doornstruik. Ze loopt erheen.
‘Zie je, niks aan de hand.’ Ze staat met haar rug naar het muurtje en kijkt me lachend aan.
Ik hoor iets achter me en ik kijk over m’n schouder. ‘Babe, ik denk echt dat er…’
Ik draai me weer om en Eva is weg. De zaklamp ligt nog op de grond. Aan. Hij schijnt op het muurtje. Op sommige blaadjes zitten bloedvlekken.
Mijn hart gaat sneller kloppen. ‘Eef?’ Mijn stemt trilt. ‘Eva?’
Ik wil schreeuwen maar niemand kan me horen. Ik grijp naar mijn telefoon. Nog steeds geen bereik. Shit. Shit. Shit. Ik begin te rennen naar de auto, die achter de spa staat. Eén van mijn slippers breekt en blijft achter. Mijn moeder zou zeggen hoe duur die slippers wel niet waren.
Ik zie Eva’s lichtblauwe Fiat. Mijn hysterische lach galmt tegen de muren van de spa. Ik overleef het, gaat door mijn hoofd. Ik ren bijna tegen de auto aan. Sleutels, sleutels, sleutels. Mijn lach vervaagt. Eva had de sleutels. En Eva is…’Nee. Nee. Nee, nee, nee, nee.’ Ik ruk aan de deur. Tranen stromen over mijn wangen. Ik hoor iets achter me. Ik kijk in de weerspiegeling van het raam. Dan wordt alles zwart.