29-02-16

Schrijfles op het Marnix #3

NIEUWE STADSVERHALEN VAN ROTTERDAMSE SCHOLIEREN

Julia van der Post schreef dit mooie verhaal bij de foto die Shehera Grot in 2014 maakte in Hoek van Holland/Haven voor De Kracht van Rotterdam. Het Marnix Gymnasium is een van de scholen die mee heeft gedaan aan het schrijfproject Verhalen bij beelden uit de stad. De klas van Julia van der Post kreeg schrijfles van Said El Haji.

Omhoog zwevende gedachtes

De zon was nog maar net opgekomen, en Jan liep al door de straat. Het was een frisse voorjaarsochtend en hij knoopte zijn jas nog iets verder dicht. Overal was het stil op straat, een beetje een gek beeld voor Jan, normaal zag hij in deze straten kinderen spelen, ouderen met hun boodschappen sjouwen, moeders naar hun kinderen rennen roepend dat ze moesten stoppen bij het kruispunt, maar nu hing er een doodse stilte. Dagdromend liep Jan weer verder. Hij kwam aan bij de speeltuin, nog een klein stukje dacht hij. Even rechtdoor lopen, het kleine paadje rechts nemen en dan linksaf. Hij wist de route al helemaal uit zijn hoofd omdat hij hem zo vaak had gelopen. Maar iedere keer weer met andere gedachtes, iedere keer weer iets anders dat in z’n hoofd gonsde, iets anders waar hij uren over piekerde en waarvan het wel leek dat het klem zat in zijn hoofd en er nooit meer uitkwam.

Aangekomen zette Jan zijn emmer met zeepsop en zijn stokjes met draad er tussen op de grond en ging zitten op een van de vlakke stenen. De zojuist nog roze oranje lucht was nu strak blauw geworden met hier en daar een kleine wolk. Hij rook de frisse lucht van de dennenbomen om hem heen en hoorde de vogels zingen. Eindelijk ben ik vrij, dacht Jan. Eindelijk kan ik doen wat ik wil en zegt niemand me meer wat ik moet doen. Een gevoel van blijdschap en opluchting vervulde Jan en hij opende de emmer en pakte de stokjes en maakte van geluk grote bellen. Glimlachend keek hij naar. Oh, hoe hij hier van kon genieten! Kijkend naar de grootte van de bellen en naar de fascinerende kleuren van iedere bel dacht hij over hoe hij hier vroeger ook al van kon genieten. Maar niet lang, nee hoogstens twee minuten, want voor hij het wist was daar zijn vader.

‘Ben je nou weer bezig met die troep?’ Angstig keek ik in de woedende ogen van mijn vader. ‘Ik had je toch verteld daar vanaf te blijven en naar de plantage te gaan?’ Woedend keerde ik me van hem weg en schreeuwde dat ik wilde dat hij weg zou blijven van onze familie. Op de achtergrond hoorde ik mijn moeder zeggen: ‘Rustig nou, laat hem ook heel even spelen. ‘Spelen?!’ antwoordde vader, ‘hij moet werken! We moeten genoeg geld hebben en snel!’ En daar rende ik dan, om zo snel mogelijk op de plantage te zijn. We hadden het geld hard nodig en dat wist ik, maar mocht ik dan nooit spelen, lachen, vrij zijn?

Een bel hoog in de lucht knapte kapot, verschrikt keek Jan op. Weer kwamen de herinneringen van zijn jeugd in zijn gedachten omhoog. Hij had het hier zo vaak met zijn psycholoog over gehad. Het laten gaan van traumatische herinneringen was lastig, maar hij probeerde dit te doen door middel van zijn bellen. Hoe hij dat vroeger ook graag deed, toen stiekem, terwijl zijn hart bonsde in zijn keel en hij argwanend om zich heen keek. Nu in alle rust en alle vrijheid. Glimlachend keek hij naar de bellen, hoe zij hoger, en hoger in de lucht zweefden.

Verder en verder van hem af…