29-02-16

Schrijfles op Het Lyceum #2

NIEUWE STADSVERHALEN VAN ROTTERDAMSE SCHOLIEREN

Gaia Trouwborst van Het Lyceum Rotterdam schreef dit mysterieuze verhaal bij de foto waarmee Lana Mesic in 2015 de juryprijs van De Kracht van Rotterdam won. Het Lyceum is een van de scholen die mee heeft gedaan aan het schrijfproject Verhalen bij beelden uit de stad. Op Het Lyceum kregen de leerlingen schrijfles van Bianca Boer.

Man met boom en os

Vloekend laat Fergus zich op de grond vallen en trekt zijn schoen uit om over zijn zere voet te kunnen wrijven. De zware steen die hij probeerde weg te schoppen ligt nog op dezelfde plek. Wanneer zijn tenen wat minder pijn doen, gaat hij languit op de koude bodem liggen en slaakt een zucht. “Wat vreselijk,” mompelt hij terwijl hij met zijn handen zijn gezicht bedekt.

De geur van pasgevallen regen op mossige bodem doet Fergus goed. Hij steekt zijn hand uit en graait tussen de begroeiing. Op zijn gezicht verschijnt een glimlach. Hij kan het groen niet zien, maar de geuren in de lucht die zijn neus prikkelen, het gevoel van de aarde tussen zijn vingers als hij in de grond graaft en het geruis van de wind die waait door de bomen zijn dingen die hem gelukkig maken. Hij luistert naar de stilte van het woud. De stilte klinkt mooi. Het is anders dan de stilte die voortkomt door een wezen van vlees en bloed. De stiltes die dat soort wezens veroorzaken zijn vreselijk, ondragelijk zelfs. Fergus rilt. De stiltes die veroorzaakt worden door de mens zijn verre van rustgevend. Het zijn net onweersbuien waarbij elke zucht een windvlaag is en elke hartslag de donder na de bliksem.

Plotseling klinkt er geritsel tussen de bebossing. Fergus komt met een ruk overeind en tuurt de duisternis in. Hij hoort het breken van takjes en het geluid van voetstappen. “Hallo? Wie is daar?” roept hij. Uit de duisternis komt geen antwoord. “Hallo?” vraagt hij opnieuw, maar alweer komt er geen antwoord. Fergus hurkt en tast de grond af. Hij krijgt een gladde ronde steen te pakken en komt overeind om de steen zo ver mogelijk de duisternis in te werpen, want hij moet en zal zeker weten of iemand zich daar stiekem verschuilt. Het duurt een of twee seconden voordat er een reactie komt in de vorm van een woest gesnuif.

Verstijft blijft Fergus staan. De bron van het geluid komt dichterbij. Fergus ziet twee puntige horens. Niet veel later verschijnt stormt de drager ervan luidruchtig op hem af. Fergus draait zich met een ruk om en sprint weg om van het beest te ontkomen. Half struikelend komt hij aan bij een boom en hijst zichzelf op aan een tak. Nu hij veilig buiten bereik van het dier is, durft hij het beter te bekijken. De bruut draaft driftig en briesend heen en weer terwijl hij vurige blikken naar de man boven zich werpt. Na een tijdje lijkt het dier te kalmeren. “Sorry dat ik je stoorde.” Het beest briest. “Wat is je naam? Wilma misschien?” Er komt geen antwoord. “Of is het Frank?” vraagt Fergus waarna het beest tevreden snuift. “Mooi. Ik heet Fergus.” Onderzoekend kijkt hij Frank aan. De stilte van dit dier klinkt zo bekend, zo vertrouwd. Terwijl Frank met grote bruine ogen toekijkt laat Fergus zich voorzichtig zakken. “Jij bent zo slecht nog niet, Frank”, zegt hij zachtjes. Bedachtzaam legt hij zijn hand op de kop van het beest. “Bedankt voor je stilte.”