29-02-16

Schrijfles op het Libanon #2

NIEUWE STADSVERHALEN VAN ROTTERDAMSE SCHOLIEREN

Tim Polet schreef dit spannende verhaal bij de foto die Victor Wollaert in 2014 maakte in Prins Alexander voor De Kracht van Rotterdam. Het Libanon Lyceum is één van de scholen die mee heeft gedaan aan het schrijfproject Verhalen bij beelden uit de stad. De klas van Tim Polet kreeg schrijfles van Bianca Boer.

Zoete Wraak

‘Waar ben ik!’ riep ik. Ik zag niets, er zat iets voor mijn ogen, iets dat aanvoelde als een handdoek. ‘Hallo?! Kan iemand mij horen?’ riep ik.

Een lage, mannelijke stem antwoordde op mijn kreet om hulp. ‘Ja wij kunnen je horen, als je even je mond dicht kan houden, kunnen wij hier de zaken afhandelen. Ik kom zo bij je.’ Het bleef een tijdje stil, totdat na een tijdje het geluid van voetstappen steeds dichterbij kwam. Datgene wat voor mijn ogen had gezeten, werd weggehaald waarna mij werd verteld mijn mond te houden en als ik het niet zou doen zou het slecht met mij aflopen.

De man liep weer terug naar een groepje jongeren die op de auto’s leunde. Het beeld was wazig, maar scherp genoeg om alles goed te kunnen zien. Had iemand eerder die avond iets in mijn drinken gestopt waardoor ik zo wazig zag? Ik vroeg het me af. Er ging van alles door mij heen. Waarom gebeurt dit? Wat heb ik fout gedaan? Kom ik hier levend vandaan? Ik zat vol vragen.

Na ongeveer 10 minuten kwam er weer iemand naar mij toe lopen. Dit keer het meisje dat tegen de achterste auto leunde.

‘Waarom ben ik hier? Wat moeten jullie van me? Waar ben ik?’

Het meisje keek over haar schouder naar de rest van het groepje en antwoordde: ‘Rustig aan, ik wil je helpen, maar eerst moet jij iets voor mij doen.’ Aan haar gezichtsuitdrukking was te zien dat ze hier ook niet vrijwillig was.

Om haar niet af te schrikken luisterde ik naar wat ze zei en vroeg: ‘Wat wil je dat ik doe?’

Het was even stil, waarna ze verder ging. ‘Doe alles wat ze zeggen, echt alles, ze zijn van plan je te vermoorden als je niet meewerkt.’ Ik snapte er niks van, maar knikte dat ik het begreep.

Één van de jongens riep op de achtergrond: ‘Hé Caroline, kom je nog?’ waarna ze terugliep naar het groepje.

Uiteindelijk kwamen twee jongens me halen. Toen ik probeerde op te staan merkte ik pas dat mijn enkels aan elkaar vast gebonden waren. Bij de auto’s zetten de twee jongens me weer op de grond. De jongen in de auto begon te praten: ‘Je hebt je niet aan je taak gehouden; het enige dat je moest doen was het geld, is dat nou zo moeilijk?’ zei hij met oplopend volume. De sfeer werd steeds grimmiger, waarna het meisje de jongen in de auto tot bedaren maande. De jongen begon weer te praten: ’ Je hebt ons bedrogen en daar zal je voor boeten.’

Eindelijk snapte ik er iets van, ook al was het allemaal nog erg vaag. ‘Doe me alsjeblieft niks aan,’ smeekte ik, maar het was al te laat. Hij had zijn pistool al gepakt en zei: ‘Nog een laatste wens?’ Waarna hij schoot, zonder enige kans dat ik iets kon zeggen.