29-02-16

Schrijfles op de Theater h/v #2

NIEUWE STADSVERHALEN VAN ROTTERDAMSE SCHOLIEREN

Leslie de Waal schreef dit heftige verhaal bij de foto die Stacii Samidin in 2015 maakte van Rotterdam Noord/Blijdorp voor De Kracht van Rotterdam. De Theater h/v is één van de scholen die mee heeft gedaan aan het schrijfproject Verhalen bij beelden uit de stad. Op de Theater h/v kregen de leerlingen schrijfles van Daphne Huisden.

Toen

Er heerste een doodse, afwachtende stilte, die alleen verbroken werd door mijn onregelmatige ademhaling.

Links stond de bende. Mijn zwarte Hi-Bird Lowrider 250 cc, stond schuin achter die van mijn vader. Zonder mij. “Pap, het is mijn schuld. Hij heeft niks gedaan, alsjeblieft, vermoord hem niet,” mompelde ik in een soort trance. Ik volgde mijn vaders blik zoals ik al honderd keer had gedaan, naar de jongen die daar stond. Jaiden. Twintig jaar, één meter tachtig, bruin haar en met schattige kuiltjes in zijn wangen als hij lachte. Ik hield van hem. Zielsveel.

Mijn vader zat nog steeds rustig op zijn Harley terwijl hij Jaiden aankeek. Jaiden keek niet terug. Hij keek naar mij en ik wist dat ik een keuze moest maken. “Het spijt me,” zei hij zonder geluid. “MAAR JE HEBT NIKS GEDAAN,” wilde ik schreeuwen. Het lukte niet. Een traan liep over mijn wang. Het zout begon op te drogen en te jeuken. Ik deed niks. Zoals altijd. Ik wist dat ik de knoop moest hakken. Niet mijn vader, Jaiden, of iemand uit de bende, maar ik.

Voor de eerste keer veranderde de richting waarin mijn vader keek. Van Jaiden. Naar mij. Ook hij wist dat ik een keuze moest maken net zoals hij wist dat ik dat niet wilde. De bende was mijn familie. Jaiden zou ik nooit kunnen verlaten, hij betekent alles voor me. Mijn vader heeft me samen met de bende opgevoed en is altijd mijn grootste voorbeeld geweest.

Ik liet de keuze even achter me en concentreerde me weer op mijn vader terwijl hij al die tijd naar mij was blijven kijken. We staarden elkaar aan. Seconden leken uren te duren. Ik moest niet toegeven. Niet wegkijken. Niet verantwoordelijk zijn voor wat er zou gebeuren. Hij was de eerste die bewoog en het oogcontact verbrak. Er ging iets gebeuren en ik moest nu iets doen. Mijn vader haalde, bijna onzichtbaar, iets uit zijn riem en keek Jaiden strak aan. De mat zwarte kleur van het voorwerp kwam me iets te bekend voor.

Hij richtte. Ik gilde. Hij schoot.

Mis. Hij schrok van mij.

Ik begon naar Jaiden te rennen maar bendeleden hielden me tegen. Verdomme mijn eigen familie. Ik probeerde me uit hun greep te wurmen, tevergeefs. Ik hoorde een tweede knal en keek op. Jaiden zakte weg. Ik kreeg weer kracht en niets hield me tegen om mezelf los te maken. Na, het leek een sein, werd ik losgelaten en ik rende naar Jaiden. Ik knielde huilend bij hem neer. Overal bloed.

Was hij…?

Ik wilde er niet over nadenken en scheurde een reep uit mijn shirt om de schotwond schoon te maken. Hij was in zijn arm geraakt en het bloeden stopte maar niet. Nog een keer scheurde ik een stuk van mijn shirt maar nu verbond ik Jaidens bovenarm. Na een onregelmatige en zwakke hartslag te voelen op zijn borst, durfde ik weer op te kijken. Iedereen was weg, alleen mijn motor stond er nog. De bende had zijn keuze gemaakt.

En ik ook.