29-02-16

Schrijfles op de Theater h/v #1

NIEUWE STADSVERHALEN VAN ROTTERDAMSE SCHOLIEREN

Chantal Louwers schreef dit spannende verhaal bij de foto die Pim Top in 2012 maakte van Hillegersberg/Schiebroek voor De Kracht van Rotterdam. De Theater h/v is een van de scholen die mee heeft gedaan aan het schrijfproject Verhalen bij beelden uit de stad. Op de Theater h/v kregen de leerlingen schrijfles van Daphne Huisden.

Het huis aan de overkant

De gordijnen zijn nog steeds dicht, de auto lijkt niet verplaatst te zijn en het enige lichtje dat altijd brandt, is het lampje bij de deur. Verder is het donker. De ramen lijken ook al jaren niet open te zijn gedaan, laat staan schoongemaakt. Nu ik er zo over na denk, ik heb eigenlijk ook nooit iemand in of uit het huis zien gaan. Zou er wel iemand wonen? Dat moet haast wel, want het huis zou anders wel te koop staan. Misschien is de bewoner wel dood gegaan en ligt hij daar al heel lang. Zou er dan geen familie naar hem op zoek zijn? Niet als hij geen familie meer heeft. Ik weet in ieder geval dat ik de kriebels krijg als ik naar dit huis kijk. Ik blijf nog een tijdje staan kijken en besluit dan toch maar mijn huis in te gaan.

Thuis zet ik mijn rugzak op de grond en trek ik mijn jas uit. Als ik naar binnen stap, begint mijn moeder meteen te ratelen. Hoe was het op school? Is je geschiedenis nog goed gegaan? Zonder antwoord te geven loop ik meteen door naar de keuken. Ik schenk een glas cola voor mezelf in en ga naar boven. Ik moet nog Duits leren, een Nederlands verslag schrijven en economie maken, dus ik besluit meteen aan mijn huiswerk te beginnen.

Mijn gedachten zijn er totaal niet bij, ze dwalen steeds af naar dat griezelige huis aan de overkant. Wat nou als de bewoner echt dood is en zijn geest nu in dat huis woont? Niet dat het kan, maar stel dat. Ik sla mijn boek dicht en loop richting het raam. Huiswerk wordt nu toch niks meer. Misschien als ik hier heel lang blijf kijken, dat er dan iets gaat gebeuren. Bijvoorbeeld een gordijn dat beweegt, langzaam open gaat en dat er iemand voor het raam verschijnt. Maar er gebeurt helemaal niks. Alleen het idee van een lijk in dat huis maakt mij angstig. Ik draai me weg van het raam om wat rustiger te worden. Er zijn mensen die zeggen dat ze ooit wel eens geluiden hebben horen komen uit het huis. Maar geen van deze mensen heeft ooit iemand naar binnen of naar buiten zien gaan. Met deze gedachten in mijn hoofd krijg ik met moeite mijn avondeten door mijn keel. Ik besluit om vroeg naar bed te gaan.

Midden in de nacht schrik ik wakker, badend in het zweet. Mijn hart bonkt in mijn keel. Ik zag dat hij naar me keek. Er kwam een man uit het huis en hij keek naar me. Hij zag eruit als een zwarte schim. Wetende dat het maar een droom was, stap ik toch voorzichtig met trillende benen uit mijn bed. Ik loop langzaam naar het raam en trek mijn gordijnen aarzelend open. De gordijnen van het huis aan de overkant zijn zoals altijd dicht. Het lampje bij de deur brandt ook nog steeds. De auto is echter weg. Verstijfd van angst staar ik naar de lege parkeerplek voor het huis. Ik knipper een paar keer met mijn ogen om mijzelf ervan te overtuigen dat ik het goed heb gezien. De parkeerplaats blijft leeg. Ik kan het niet geloven, maar het is echt waar. De auto die al die tijd voor het huis heeft gestaan, is nu weg.