10-12-15

Schrijfles op het Marnix #1

Nieuwe stadsverhalen van Rotterdamse scholieren

Max Schaar van het Marnix Gymnasium schreef een spannend verhaal bij de nachtfoto van Martha Kamminga. Hij las dit verhaal voor op de opening van De Kracht van Rotterdam. Het Marnix Gymnasium is een van de Rotterdamse scholen die meedoet aan de schrijflessen die De Kracht van Rotterdam organiseert samen met Rotterdamse schrijvers.

De ontsnapping

Harde geluiden, alles stortte in. Snel, snel, dacht hij. Wat moet ik doen? Hij pakte de dichtstbijzijnde erlenmeyer en vulde hem met het mengsel, opende de deur en rende… zo hard als hij kon. Hij had nog net genoeg tijd om een helm te pakken van de rekken die de mijnwerkers vroeger gebruikten.
Hij deed de lamp op de helm aan en keek achterom. Hij kon het lab al niet meer zien onder alle puin. Verder rennen, niet stoppen. Na 5 minuten, misschien 10 (hij wist het zelf ook niet meer), kon hij het einde van de tunnel zien. Licht, het was schemerig, de maan scheen helder op deze prachtige decembernacht. Snakkend naar lucht hoorde hij een auto voorbijrijden, het instorten stopte en het was stil. In het licht van zijn zaklamp kon hij de begroeide weide langs de fabriek zien. De dauw op de planten glinsterde. Hij stond in de uitgang. Hij was ontsnapt.
Hij wist niet zeker of de bewakers iets hadden gehoord, of dat er een alarm was afgegaan. De wind ruiste, maar door de adrenaline die door zijn lichaam stroomde, voelde hij niet eens dat zijn lab jas kletsnat was en onder de modder zat. Hij liep de helling op, waaronder zich de mijningang bevond, en keek het fabrieksterrein over. De lichten op het parkeerterrein stonden nog aan, maar de rest leek donker. In de verte kon hij de hond van een bewaker horen blaffen. Er stond een rode gloed aan de hemel. Hij keek op zijn horloge, dacht er verder niks bij en liep verder. Eenmaal aangekomen op de parkeerplaats kon hij in de verte een brandweerwagen zien aanrijden. En toen besefte hij het: De rode gloed was niet de zon die opkwam, maar een brand in de opslag. Dit was zijn kans!
Hij sloop aan de bewakers en de brandweermannen voorbij en opende een zijdeur aan de oost-ingang van het gebouw. Hij moest naar zijn kantoor, om de formule te downloaden. De lift werkte niet, dus beklom hij de trappen naar de 5e etage.
Eenmaal in de veilige ruimte van zijn kantoor, ging hij op zijn bureaustoel zitten. Waar kon hij heen? Niet naar huis. Naar het buitenland dan? Ergens in Azië of Afrika, ergens waar niemand hem zou vinden. Het deed hem pijn te denken aan het feit dat hij zijn lieve, beeldschone vrouw en zijn twee dochters moest achterlaten. De wereld kon niets van zijn bestaan of zijn relatie aan het serum weten. Hij schrok op uit zijn gedachten toen hij hoorde dat iemand de etage op kwam lopen. Een beveiliger. Zijn adem stokte in zijn keel.
‘Meneer, ik wil u vragen het pand te verlaten,’ zei de man bars. ‘De brand is nog niet onder controle, het is onveilig om hier te blijven.’
Hij haalde opgelucht adem en kwam langzaam overeind. Zijn besluit stond vast.
Zodra hij thuis was aangekomen pakte hij een koffer in, de formule en het serum zorgvuldig verpakt. Hij kuste zijn vrouw op haar hoofd en sloot rustig de voordeur. De taxi stond klaar om hem naar het vliegveld te rijden. Toen hij de tuin uitliep en het hek achter zich dicht deed, zag hij hoe de zon in de verte op kwam. Morgen zou hij wakker worden in Kuala Lumpur, morgen zou zijn vlucht eindelijk voorbij zijn.