18-02-15

Schrijfles op Wolfert Dalton

Naamloos door Jorick Buurstra

Het was het einde van een warme lentedag in 1987 in Luik. Peter liep naar huis. Hij kwam net van zijn werk terug. Peter hield van zijn werk, maar meer nog van zijn huis. Hij was kapstokreparateur. En niet zo maar een kapstokreparateur, maar een hele goede. De beste van Luik, zei men vaak over hem. Dit maakte Peter trots, al wist hij dat hij de enige kapstokreparateur van Luik was. De huizen gaven de warmte van de zon nog af en Peter dacht aan thuis. Er zijn meer mensen die van hun huis houden, maar voor Peter was zijn huis echt iets speciaals. Zijn werk en zijn huis, dat was waar hij het meest om gaf. Luik was niet rustig ’s nachts. De stad zat vol van criminaliteit en andere duistere zaken. Voor de burgemeester en de politie was dit een probleem. Maar voor Peter niet. Peter maakte het allemaal niks uit. Zo lang hij maar naar zijn huis kon en kapstokken kon repareren. Peter wist niks over zijn ouders, of zijn jeugd. Zijn enige duidelijke herinnering was aan het plafond van de intensive care in het ziekenhuis. Hij had geen idee wie hij was, maar toen hij het plafond zag wist hij gelijk dat hij in het ziekenhuis was. Na meerdere mislukte pogingen om zijn ouders te traceren werd besloten dat hij verder moest met zijn leven. Dus dat deed Peter, en hij werd kapstokreparateur.

Peter liep langs een statig huis, midden in de stad. Het had een grote voorgevel met veel ramen en zag er chique uit. Een eenzame gloeilamp verlichtte de voorgevel. Het huis had mooi kunnen zijn, maar dat was het niet. Het was één groot knip-en-plakwerk. Het was waarschijnlijk gebouwd door verschillende architecten. Stuk voor stuk knoeiers. Dit alles viel op in de stadse wijk in Luik. Niet voor Peter echter, want Peter maakte niks uit. Hij zag het huis wel, want het deed hem ergens aan denken. Heel kort maar vloog er een flits door zijn hoofd. Hij zag een vrouw, die richting de deur van het huis rende. Op de stoep stond een auto met een vrij jonge bestuurder. Hij had een pistool op de vrouw gericht. Peter knipperde met zijn ogen en het tafereel was verdwenen. Wat was het geweest? Peter wist het niet. Wat maakte het ook eigenlijk uit? Niks, want niks maakte Peter wat uit. Hij besloot zijn weg te vervolgen, maar keek als door een onzichtbare kracht geleid nog een keer naar het huis. Het gebeurde weer. Een flits. De vrouw keek angstig om en haar ogen ontmoetten die van Peter. Er klonken meerdere luide schoten. Met haar ogen nog op Peter gericht zakte de vrouw in elkaar. Het verschil met het moment ervoor was dat de vrouw nu een gat in haar voorhoofd had zitten. Angst maakte zich meester van Peter. De auto met de jonge bestuurder maakte opeens verdacht veel lawaai. Jawel, de auto bewoog zich. In de richting van Peter. Peters ogen vonden die van de jonge bestuurder. Een klap. Peter voelde zijn lichaam tegen iets hards aan slaan. Daarna leegte.

Plots lag hij in een ziekenhuisbed. Hij opende zijn ogen en zag het plafond. De flits was voorbij. Peter wist het weer. Hij was geen Peter, maar Rudolf. Hij herinnerde zich zijn ouders, hij wilde zijn hele jeugd al muzikant worden, en het maakte hem uit wat hij om zich heen zag, en het was goed.

Jorick Buurstra, liet zich tijdens de schrijflessen van Sanneke van Hassel op Wolfert Dalton inspireren door deze foto van Pim Top.